De overheid zet de laatste jaren stevig in op “transparantie” rondom algoritmes en AI. Initiatieven als het Algoritmeregister, Rules as Code (RaC) en Explainable AI (XAI) moeten inzicht geven in hoe besluiten tot stand komen. Op papier klinkt dat als een belangrijke stap richting transparanter en controleerbaar bestuur. Maar de vraag die te weinig wordt gesteld is: transparantie voor wie?
De papieren werkelijkheid
De ongemakkelijke realiteit is dat veel van deze initiatieven vooral toegankelijk zijn voor een relatief kleine groep Nederlanders. Mensen met een technische achtergrond, beleidskennis of simpelweg de tijd en vaardigheden om zich door complexe documentatie heen te werken. Dat zijn vaak niet de mensen die het hardst geraakt worden door algoritmische besluitvorming.
Wie wel geraakt worden, zijn bijvoorbeeld mensen met een migratieachtergrond, laaggeletterden of mensen met een taalbarrière. Juist zij hebben het meeste baat bij begrijpelijke uitleg en echte transparantie. Een JSON-bestand in een Algoritmeregister, of een juridisch-technische beschrijving van beslisregels, biedt hen weinig houvast. Transparantie wordt hier al snel een papieren werkelijkheid: formeel aanwezig, maar praktisch ineffectief. Zo komt ook uit een recent gepubliceerd artikel van IBestuur naar voren dat één op de vijf mensen wel eens heeft meegemaakt dat een organisatie zonder uitleg een nadelig automatisch besluit nam waarvan ongeveer twee op de vijf hier geen melding van heeft gemaakt.
Is controle genoeg
Natuurlijk zijn deze initiatieven niet nutteloos. Integendeel. Ze vervullen een belangrijke rol voor “watchdogs”. Deze partijen kunnen misstanden signaleren, systemen analyseren en burgers bijstaan wanneer het misgaat. In die zin versterken deze instrumenten het ecosysteem van controle en verantwoording. Maar daar wringt de schoen: vaak komen deze mechanismen pas in actie als het al fout is gegaan. Als iemand al onterecht is aangemerkt als fraudeur, of vastloopt in een geautomatiseerd besluit zonder duidelijke reden. Transparantie fungeert dan als bewijsmateriaal achteraf, niet als een preventief recht dat burgers in staat stelt om beslissingen tijdig te begrijpen en te controleren.
Geen makkelijke oplossing
Het is verleidelijk om alleen met de vinger naar de overheid te wijzen, maar de uitdaging is gigantisch. Het ontwikkelen van begrijpelijke documentatie en tools in meerdere talen, geschikt voor verschillende niveaus van geletterdheid, en beschikbaar via zowel digitale als fysieke kanalen, is geen eenvoudige klus. Het vraagt tijd, geld, capaciteit en voortdurende afstemming met uiteenlopende doelgroepen. Dat dit nog niet goed genoeg lukt, betekent niet dat er geen serieuze inspanning wordt geleverd.
Sterker nog: ik weet zelf ook niet wat de oplossing is. De vraag hoe je transparantie echt inclusief maakt, kent geen simpel antwoord. Kun je complexe technologische systemen zo uitleggen dat ze begrijpelijk zijn voor een extreem diverse groep mensen, met verschillende talen, opleidingsniveaus en digitale vaardigheden? Misschien moeten we erkennen dat volledige, directe transparantie voor iedereen een illusie is. Niet omdat mensen het niet aankunnen, maar omdat de systemen en regelgeving zelf te complex zijn.
Van techniek naar mens
Dat betekent echter niet dat we moeten stoppen met proberen. Het betekent dat we anders moeten denken over wat transparantie inhoudt. Misschien moeten we transparantie minder zien als een technisch probleem en meer als een sociaal vraagstuk. Niet: “Hoe maken we het systeem inzichtelijk?”, maar: “Hoe zorgen we dat mensen zich gehoord en begrepen voelen in interactie met dat systeem?”
De huidige koers, steeds nieuwe instrumenten, registers en kaders, dreigt anders een dure herhaling van zetten te worden. Goedbedoeld, zorgvuldig ontworpen, maar uiteindelijk gericht op de verkeerde ontvanger. De uitdaging voor de overheid is dan ook niet om nog meer “foefjes” te ontwikkelen, maar om te durven investeren in de vertaalslag naar de praktijk. Want pas als de mensen die het meest geraakt worden ook daadwerkelijk begrijpen wat er gebeurt, krijgt transparantie de waarde die het belooft.
De kern?
Transparantie die niemand bereikt, is geen transparantie. Het is schijnzekerheid. Hoe we een brug slaan tussen ingewikkelde toepassingen en de leefwereld van alle inwoners, blijft een uitdaging.
Maar één ding is zeker: zolang we registers vullen voor experts, houden we onszelf voor de gek. We moeten durven toegeven dat we het nog niet weten, om vervolgens samen op zoek te gaan naar een betere vorm van openheid.